Boeddhabeelden

Boeddhabeelden vervullen een belangrijke rol in het boeddhisme.
Iedereen ziet wel via de televisie of plaatjes wat er wordt verstaan onder een boeddhabeeld.
U vindt Boeddhabeelden met een rustgevende uitstraling, vaak in meditatiezit, in tempels en thuis bij mensen.
De beelden zijn dan omgeven met licht, kaarsen, wierook, bloemen en schaaltjes met offergaven.
Mensen brengen eer aan Boeddha (en aan de Boeddha in zichzelf) door een buiging voor hem te maken.
Ze houden daarbij hun handen voor hun borst, de handpalmen naar elkaar en de duimen naar binnen gekeerd.
Behandel een Boeddhabeeld altijd netjes en met eerbied en respect.
Plaats hem nooit op de grond. Zet hem met het gezicht naar de deur, zodat u hem ziet als u binnenkomt.
8 Mei is de Jaardag van Boeddha.
Het is traditie op die dag een kaars voor hem te branden en dan mag u een speciale wens doen.
Een gekregen Boeddha geeft geluk omdat de intentie van het geven het beeld waarde toekent, maar u kunt heel goed uzelf een Boeddhabeeld cadeau geven als de intentie goed is en u het beeld behandelt met respect.
Boeddhabeelden zijn er in verschillende houdingen, mudra's genaamd.

Wat betekenen de diverse houdingen van de handen van boeddhabeelden?
Een van de karakteristieken van beelden van Boeddha en andere boeddhistische figuren, is de houding
van de handen, de mudra.
Iedere mudra heeft een eigen betekenis.
Er zijn veel verschillende mudra's, maar de meeste voorkomende handhoudingen zijn de volgende:

De Mudra's:



Twee handen voor de borst (dharmachakramudra) met de wijsvingers en duimtoppen tegen elkaar gedrukt. Deze houding symboliseert het draaien (oftewel het in beweging zetten) van het Wiel van de Leer. Deze houding zie je vooral bij beelden die de historische boeddha, Shakyamuni, voorstellen op het moment van de eerste prediking, en bij beelden van de hemelse boeddha van het Centrum (van het heelal), Vairochana genaamd.



Rechterhand omlaag met de vingers naar beneden en de handpalm naar het lichaam gekeerd (bhumisparshamudra). Deze houding symboliseert de 'aanraking van de aarde'. De houding verwijst naar het moment dat de historische boeddha de verlichting bereikte en daarbij de Aarde als getuige aanriep. Ook typeert deze houding de hemelse boeddha van het Oosten, Akshobhaya.



Rechterhand omlaag, vingers naar beneden en de handpalm naar buiten gekeerd (varadamudra). Dit is de handhouding van zegen en vrijgevigheid. Hij toont de historische Boeddha in zijn dagelijkse activiteiten van zegenen, vrijgevigheid en afstandelijkheid. Ook hoort deze houding bij de hemelse Boeddha van het Zuiden, Ratnasambhava.



Beide handen in elkaar gevouwen in de schoot (dhyanamudra). De houding van de meditatie. Zij toont de historische Boeddha in dagelijkse meditatie. Daarnaast is deze houding verbonden met de hemelse Boeddha van het Westen, Amitabha.



Rechterhand opgeheven tot de hoogte van de borst, met de handpalm naar buiten gekeerd (abhayamudra). Dit is de handhouding van geruststelling. Hij hoort bij de historische Boeddha in zijn dagelijkse activiteit van geruststelling en bij de hemelse Boeddha van het Noorden, Amoghasiddhi.



Rechterhand opgeheven, handpalm naar buiten gekeerd met duim en wijsvinger naar elkaar toe gebogen (vitarkamudra). Dit is de houding van redenering, onderwijzen en discussie. Gewoonlijk zie je die bij voorstellingen van de historische Boeddha in allerlei scènes van prediking.